Frans Bauer, Rene Froger, Harold Wapenaar over Henk de Gier

Frans Bauer, Rene Froger, Harold Wapenaar over Henk de Gier

`Ik ben geen dweper, maar wat Henk voor onze shows in bijvoorbeeld de Ahoy’ betekent is ongelooflijk. Zeven keer optreden in acht dagen is erg vermoeiend, maar voordat ik opkom geeft Henk me met zijn behandeling een enorme oppepper. Het ontladen van de spanning is heerlijk.

Een van de zangers in mijn show had op een bepaald moment stempoliepen, hij kon niet eens meer praten. Hij ging naar de dokter en die ontried hem voorlopig te zingen. Na behandeling bij Henk, stond hij ’s avonds op het podium de sterren van de hemel te zingen. Ik kan het niet uitleggen – hoe graag ik dat ook zou willen – maar Henk kan iets heel bijzonders. Ik ben blij dat hij anderen daarvan laat profiteren.’

Frans Bauer (Bron: Algemeen Dagblad 2002)

Henk is een fijne gozer, die man heeft humor, met hem is ’t altijd lachen geblazen. Bovendien is ’t ook wel handig als ie er is want je weet maar nooit. Ik moest ’s optreden in de Kuip, maar m’n stem was totaal aan gort. Ik kon bijna niet meer praten, laat staan zingen. Gelukkig was Henk daar toen ook en hij is twintig minuten heel intensief met me bezig geweest, met gevolg dat ik die avond gewoon heb kunnen optreden.

Zanger Rene Froger (Bron: Panorama 1990)

`Toen ik als 15-jarige bij Feyenoord speelde, kwam ik met Henk in contact via Feyenoord-verzorger Gerard Meijer. Ik had een chronische elleboogblessure, botsplinters bleek later, maar Henk heeft de operatie 10 jaar kunnen uitstellen. Ook vorig jaar, toen we ons met Utrecht voor Europees voetbal konden plaatsen, heeft Henk me enorm geholpen. Op vrijdag zat ik in het krachthonk toen ik ineens een geweldige `krak’ in m’n nek hoorde. Die zat volledig vast. Henk heeft me die avond behandeld en gezegd: morgen trainen, zondag spelen. Ongelooflijk, maar ik stond er. Ik ben een nuchtere Hollandse jongen, maar Henk beschikt over een bijzondere gave. Ik kom elke vrijdag bij hem, blessure of niet, om me te laten behandelen. Hij is inmiddels een goeie vriend geworden.’

Harold Wapenaar (Bron: Algemeen Dagblad 2002)

Deel dit bericht